gettin there

gettin there

 

Een gestage klim heeft mij door de vallei van de Orbieu gebracht tot aan Montjoi. Eddy adviseerde mij deze route richting het Pelgrimsnest. Vanaf hier, meldde hij erbij, is het een flinke klim tot aan Bouisse. Slingerend en klimmend laat ik het kleine gehucht van Montjoi met tuinen vol walnoten-, amandelen- en kersenbomen achter mij. De rode vlag met het gele kruis, wappert in de wind bovenop de rotspartij. Inmiddels kijk ik neer op deze vlag en dit gehucht dat door groene bergen is omgeven.

De weg is inderdaad steil. De zon staat hoog en brand. Ik baad in het zweet. De reis van de afgelopen periode komt voorbij in de gedachtenstroom terwijl ik langzaam door klim in de rustige, vredige sfeer van deze bergen. Haast heb ik achter mij gelaten in de eerdere bergen die ik passeerde. In ontspannen tempo blijf ik de pedalen in de rondte slaan.

Op de bergen eerder op de route kwam er heel wat woede uit. Woede over de invloed waarvan ik mij bewust geworden ben, die ouders nog steeds op mijn leven hadden. Ongetwijfeld zijn de door hun gesproken woorden en (levens)adviezen uit liefde voor hun zoon gedeeld. En vanuit hun hoogste waarheid en perspectief op het leven. Maar voor mij kwamen deze waarheden en perspectieven met een enorme beperkende impact op de vrijheid die ik ervoer in het leven. Want, ja… Als kind, blijven ouders toch je ouders. En neem je de waarheden waarin zij leven gemakkelijk aan als de waarheden van jezelf.

Maar zo is het zo? Zijn de erfelijke last, trauma’s, levensovertuigingen, blinde vlekken, patronen, gedragingen etc. uit de levens van mijn ouders aan mij, om te dragen? Lang heeft dit mij een leven gebracht waarin pleasen (van; moeder, vader, vriendin, werkgever, etc.) de standaard was. Uiteraard was ik hiermee zelf niet gepleased. Ouderlijke liefde voelde als voorwaardelijk. Meermaals ben ik een relatie ingerold die uit balans raakte. Liefde geven ging mij heel gemakkelijk af. Maar liefde (geven in) ontvangen, was een heel ander verhaal. Zo kon ik mij nog steeds eenzaam voelen in de diepste connectie die ik met een vrouw kon ervaren. Ook in de andere levensgebieden lieten deze patronen natuurlijk hun sporen achter. Ik schoof bijvoorbeeld mijn kwaliteiten onder tafel ten bate van een collega, of was het eens met de werkgever tegen mijn eigen gevoelens in.

Genoeg dus van deze diepgewortelde invloed van de twee mensen die mij het leven hebben gegeven. Nu geef ik mijzelf het leven.

Dankjewel.

De zon, nu in zijn gehele aanwezigheid voelbaar, is eerdere dagen verscholen geweest achter donkere wolken met flinke regenbuien. De verkoudheid die hiermee opkwam maande mij na een paar nachten kamperen toch maar eens een hotel te zoeken. Geheel tegen mijn visie op fietsreizen in, breng ik een nacht door in een droge en warme hotelkamer. Ergens mag ik toch ook zacht zijn voor mijzelf en mij wat comfort gunnen. Zo spoelde de regen de stengheid uit mijn zijn, als het stof van de straat.

Ik stop voor een slok water en klim verder. Na de haast, de woede, het verdriet en de verkoudheid kwam de vrede. Dezelfde vrede die ik nu zowel in, als om mij heen voel, terwijl ik gestaag hoger boven Montjoi uit kom. Inmiddels zie ik de grijze rotsige wanden, die de golvende groene bergen hier en daar opbreken. Tevens verruimt het uitzicht met elke geklommen meter.

In deze verbonden staat van zijn ben ik eerder Brignac ingefietst om op een pleintje in de schaduw te rusten. De motor (ik) was oververhit en koelvloeistof (water) was niet aan te slepen.  Op dit pleintje zag ik een vijftal jonge mensen bij twee grote oude campers. Het gevoel deze club aan te moeten spreken volgde ik op. Een klein uurtje later stond de fiets geparkeerd bij een kleine commune en zwom ik in het gezelschap van twee honden, de gastvrouw en -heer in de rivier die door hun land stroomt. De verkoeling is hemels, bevrijdend en rustgevend.

In dankbaarheid neem ik afscheid van deze herinnering (en vele anderen) en kom ik terug in het nu. Ik kom Bouisse ingefietst. Ik meen mij nog te herinneren waar Pieter en Magdalena wonen. Deze herinnering blijkt te kloppen. Een douche spoelt de reis van mij af, terwijl de wasmachine hetzelfde doet met de kleding. Terwijl Pieter aan het klussen is op het dak, rust ik uit op de bank. Op krachten na een lunch in de natuur aan de Orbieu, opgefrist en schoon zwaai ik Pieter uit. Hij is inmiddels het dak op gekropen om zijn werk op het dak af te ronden. Voor mij is het tijd deze fietsreis af te ronden.

Eerder vandaag speelde de rug op. Hij protesteerde tegen de rugzak die hij droeg. Deze ligt inmiddels vastgeknoopt op de bagagedrager. Ook de helm beperkte het gevoel in vrijheid. Deze beschermt nu de rugzak (i.p.v. het hoofd) tegen een eventuele val. Ook een shirt vind ik niet meer nodig. Gekleed in fietsbroek en met een paar sandalen aan de voeten, fiets ik de laatste kilometers in.

Enthousiasme en euforie drijven mij voort in dit laatste stuk van klimmen en dalen. Ook de plots opgezette dreigende bewolking drijft het tempo omhoog. Ik voel de steun van het leven, zoals ik deze eerder deze reis heb gevoeld als een goddelijke hand die mij liefdevol voortstuwt en ondersteund. Aangekomen bij Col de l’homme mort, laat ik met een paar harde en diepe schreeuwen al de ballast los. Tevreden en voldaan daal ik de laatste kilometer af richting het Pelgrimsnest.

Hier wacht een warme ontvangst en een stevige hug van Eddy, gatekeeper en tevens koning van het Pelgrimsnest. Mijn thuis voor de zomer.

Foto’s bij dit verslag: op facebook.com/groenleven.nl

Eén gedachte over “gettin there

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *